Hartkatheterisatie

Een hartkatheterisatie wordt uitgevoerd om met zekerheid vernauwingen op de kransslagaders uit te sluiten of aan te tonen. Het onderzoek gebeurt in een speciaal ingerichte katheterisatiezaal, ook wel cathlab genoemd. Met behulp van röntgenstralen worden filmpjes gemaakt vanuit verschillende hoeken terwijl men rechtstreeks contraststof in de kransslagader spuit. Ook de pompfunctie van het hart en bepaalde kleplekken kunnen via een hartkatheterisatie in het licht worden gesteld. De filmpjes worden digitaal bewaard en kunnen achteraf opnieuw bekeken worden.

Om de kransslagaders te kunnen filmen, moet men eerst een toegang maken in een slagaderlijk bloedvat, meestal in de pols of de lies . Nadat de patiënt steriel onder een doek is afgedekt, wordt onder lokale verdoving een buisje uit kunststof ('sheath') in het bloedvat geplaatst. Via deze sheath kunnen doorheen de slagader langere buisjes uit kunststof (katheters) worden geschoven tot in de oorsprong van de kransslagaders of via de aortaklep tot in de linkerhartkamer. Via deze katheters kan de cardioloog contraststof inspuiten en drukmetingen uitvoeren.

Hartkatheterisatie bewerkt - zonder titel

Via pols of lies ?

Een hartkatheterisatie kan via de pols of via de lies worden uitgevoerd.

Na een procedure via de pols krijgt de patiënt een compressief armbandje dat na 4 tot 6 uur verwijderd wordt. Bedrust is niet noodzakelijk. Het risico op een ernstige bloeding ter hoogte van de punctieplaats is ook lager. Nadeel van de polsprocedure is dat het armbloedvat wel eens in kramp kan gaan waardoor de manipulatie van de katheter moeilijk en pijnlijk wordt. Om dit probleem zoveel mogelijk te voorkomen, wordt via het kunststof buisje (sheath) steeds een combinatie van vaatverwijdende medicatie toegediend, wat kortstondig een pijnlijk gevoel in de arm geeft.

Na een procedure via de lies zijn minimum enkele uren bedrust aangewezen. Als krachtige bloedverdunners worden toegediend, moet de patiënt langer in bed blijven. De duur kan verkort worden door gebruik van een mechanisch sluitingssysteem, een soort plugje. Dit kan echter niet bij iedereen worden geplaatst.

Of de procedure via pols of lies wordt uitgevoerd, wordt steeds bepaald door de behandelende interventiecardioloog.